Dalton
Groepen
Nieuws

MAAND ARCHIEF

In de praktijk

dag  Ordenen van tijd en taken

Iedere dag van de week wordt in de hele school aangegeven met een vaste kleur. Maandag is rood, dinsdag blauw, woensdag oranje, donderdag geel, vrijdag groen, en zaterdag en zondag zijn wit.

Het dagkleurenschema hangt in iedere groep aan de muur als handelingswijzer. De dagkleuren structureren de week voor de kinderen. Ze maken het eenvoudiger om de week te overzien en de opdrachten goed te plannen en te verdelen.

Het symbool voor uitgestelde aandacht staat op het blokje dat bij ieder kind vanaf groep 3 op tafel staat. Op het blokje staan een rood en een groen vlak en een vraagteken.

Rood = ‘Niet storen!’ of: ‘Ik wil niet gestoord worden.’ Groen = ‘Ik ben aan het werk, maar je mag mij wel wat vragen,’ Vraagteken = ‘Ik heb een vraag!’klok

Het symbool voor geluidsniveaus is een klok die in alle lokalen en bij alle werkplekken hangt. Met vier kleuren geeft deze klok de geluidsniveaus aan.

Rood = Het moet stil zijn. Oranje = Fluisteren, de anderen in je groep mogen je niet horen. Geel = Zachtjes praten binnen je groep. Wit = Je mag normaal praten.

Taakwerk

In het daltononderwijs werken leerlingen zelfstandig aan taken. Een taak bevat een afgepaste hoeveelheid leerstof die een leerling in een bepaalde tijd moet verwerken. Kinderen hebben de vrijheid om te kiezen wanneer ze aan welke taak werken en of ze dat samen of alleen doen. Door zo te werken leren leerlingen hun werk plannen, samenwerken en de verantwoordelijkheid te nemen voor het verwerken van hun leerstof. Taakwerk biedt de mogelijkheid tot differentiatie in de leerstof, tot verbreding of verdieping en tot reflectie op het eigen werk.

Al is vrijwel elk vak geschikt voor taakwerk, op de Dr. Ariëns Daltonschool geven we bij de vakken (meestal) klassikale, interactieve instructie. Wel verwerken leerlingen veel van die stof via taken. Toetsen worden klassikaal afgenomen. Er wordt dus niet getoetst in de taken. De toetsen staan wel vermeld in de taak, zodat leerlingen ze kunnen inplannen.

Differentiatie in de taak

Elke taak bevat een basistaak en extra taken. Leerlingen met een individuele leerlijn krijgen een aparte taak. Leerkrachten kunnen basistaken op maat maken en zo aanpassingen maken in de aangeboden leerstof (differentiëren). Per vak kan verrijkingsstof in de taak opgenomen worden. Differentiatie vindt plaats binnen de jaargroep. Een kind kan dus niet heel ver vooruitwerken en een groot niveauverschil laten ontstaan.

Keuzewerk op de taak

Vrijheid betekent niet alleen dat het kind de volgorde binnen de taak mag bepalen, maar ook dat het voor een deel zelf de inhoud van zijn/haar leren mag kiezen.

Een keuzetaak behoort tot het normale taakpakket. Een keuzetaak is voor alle kinderen bedoeld en is dus een onderdeel van de taak. Keuzewerk is:

een niet-vrijblijvende, wisselend educatieve activiteit, een activiteit die de kinderen zelf mogen kiezen, afhankelijk van hun belangstelling. Keuzewerk is in principe zelfcorrigerend, al zal de leerkracht ook hierbij volgen wat de leerlingen doen en welke kwaliteit ze leveren, ook binnen het keuzewerk zal ernaar gestreefd worden kinderen te laten zelfsamenwerken.

Zelfstandig werken

Op onze school ligt bij zelfstandig werken het accent op de inhoud van opdrachten en is het aanleren van kennis en vaardigheden de hoofdzaak. Daarnaast is er aandacht voor metacognitie: leerlingen leren beseffen hoe ze door zelfstandig werken kennis en vaardigheden opdoen. Tot slot moeten leerlingen kennis en vaardigheden kunnen overbrengen naar situaties of contexten anders dan die waarin ze aangeleerd zijn. Om zelfstandig werken goed te kunnen realiseren op onze school is een aantal zaken van belang.

De leerlingen: De leerkracht kan:
  • kennen de groepsafspraken;
  • kunnen elkaar helpen zonder voor te zeggen;
  • weten wat zelfstandig werken is;
  • weten waar ze de materialen kunnen vinden;
  • kunnen zelfstandig problemen oplossen;
  • kunnen zelf hun werk plannen met behulp van takenbord en taakbrief;
  • kunnen goed met het materiaal omgaan;
  • zijn in staat te werken volgens het principe van de uitgestelde aandacht;
  • weten wat ze kunnen doen als de dag- of weektaak af is;
  • kunnen het gemaakte werk zo nodig zelf nakijken;
  • verbeteren zelfstandig gemaakte fouten;
  • zijn in staat te verwoorden wat hun problemen zijn;
  • kunnen samenwerken (maatjeswerken)
  • lessituaties voorbereiden waarin zelfstandig werken van kinderen het uitgangspunt is;
  • het klaslokaal inrichten dat kinderen worden gestimuleerd om zelfstandig te werken;
  • didactische stappenschema’s ontwerpen en uitvoeren, zodat leerlingen de streefdoelen voor zelfstandig werken halen;
  • gesprekken leiden waarin het belang van zelfstandig werken verhelderd en geëvalueerd wordt;
  • duidelijke en gedifferentieerde taakinstructie geven;
  • hulpmiddelen hanteren die het zelfstandig werken bevorderen: symbolen voor dagritme, takenbord, teken voor uitgestelde aandacht, (week)taakbrief.

 

 

Het materiaal is De afspraken
  • overzichtelijk opgesteld;§  goed bereikbaar voor de leerlingen§  geschikt voor zelfstandig werken;
  • ruimschoots aanwezig;
  • stevig genoeg;
  • vanaf de tweede helft van groep 3 gekoppeld aan een administratiemodel op schriftelijke basis, daarvoor in de vorm van dagkleurregistratie op het takenbord.
  • zijn voor iedereen duidelijk;
  • worden door de leerlingen als vanzelfsprekend beschouwd;
  • laten de leerlingen voldoende ruimte voor eigen initiatieven;
  • laten de leerlingen voldoende ruimte om te zoeken naar eigen oplossingen;
  • zorgen ervoor dat de leerlingen elkaars gedrag positief corrigeren;
  • stimuleren tot zelfverantwoordelijk gedrag;
  • de leerkracht is in staat om met pedagogisch inzicht de regels gedifferentieerd toe te passen.

 

Al ons handelen moet in de eerste plaats gericht zijn op het creëren van een pedagogisch klimaat waarin de sociale en emotionele veiligheid voor het kind gewaarborgd zijn. In de dagelijkse activiteiten is het ontwikkelen van waardenbesef en oordeelsvermogen de rode draad. Leerlingen moeten elkaar respecteren en elkaars verschillen leren waarderen. Veiligheid is ons uitgangspunt.

Samenwerken en samen werken

Er is verschil tussen samenwerken en samen werken. Samenwerken is gezamenlijk aan een opdracht werken. Van iedere deelnemer wordt een zelfde mate van betrokkenheid, verantwoordelijkheid en inzet verwacht, aangezien de samenwerking tot één resultaat moet leiden.

Samen werken is eenvoudigweg dat kinderen elk aan hun eigen opdracht werken, en daarbij rekening met elkaar houden en elkaar helpen. Kortom, ze zitten bij elkaar, werken samen, en ieder werkt naar zijn eigen resultaat toe.

Rekening houden met elkaar houdt in: elkaar niet storen of afleiden tijdens het werk, je verantwoordelijk voelen voor het welzijn van je medeleerlingen en je verantwoordelijk voelen voor de sfeer in de groep en de school. Pestgedrag hoort daar niet bij; belangstelling voor een zieke klasgenoot en zorg voor een nette schoolomgeving wel. Kinderen moeten het normaal vinden dat je elkaar helpt. Het is ook heel normaal dat je af en toe eens hulp vraagt. Niet alle kinderen kunnen dit uit zichzelf, dus moeten we het hen leren.

Tijdens het zelfstandig werken stelt de leerkracht zich terughoudend op ten opzichte van de gebeurtenissen in de groep. Ook problemen in de sociale sfeer moeten de kinderen in eerste instantie proberen zelfstandig op te lossen of door hulp bij elkaar te zoeken. Wij vinden het van grote pedagogische waarde dat kinderen sociale vaardigheden opdoen. Het samenwerken is daarom van grote betekenis.

Tijdens het (taak)werken mogen de kinderen vrijwel altijd samen werken, behalve als van tevoren duidelijk wordt aangegeven dat een opdracht individueel moet worden uitgevoerd. In de groepen 1 t/m 3 werken kinderen samen met een maatje, dat van tijd tot tijd wisselt. Ook in de groepen 4 t/m 8 wordt regelmatig met maatjes gewerkt maar zijn kinderen vrijer bij het kiezen van een maatje. Meestal kiezen kinderen iemand uit hun eigen groepje.

Werkplekken

De kinderen hebben een zekere vrijheid in het kiezen van een werkplek in de school. In het klaslokaal wordt aan allerlei verschillende taken gewerkt. Hier werken kinderen samen, daar krijgt een groepje extra uitleg van de leerkracht en iets verderop maakt een leerling een creatieve keuzeopdracht. Zelfstandig werken in de klas in een daltonschool betekent leren wennen aan een zeker ‘werkgeruis’. Leerlingen kunnen ook gaan werken op een van de fluisterplekken in de gang.

Inrichting

Het geven van de verantwoordelijkheid aan leerlingen om zelfstandig en in samenwerking met anderen opdrachten uit te voeren, stelt hoge eisen aan de inrichting van de lokalen en andere ruimtes. Kinderen moeten alles wat ze nodig hebben zelf kunnen pakken, schoonmaken en opruimen. Daarom liggen materialen op vaste plekken en van alles is genoeg beschikbaar, zodat de leerkracht niets hoeft te verzorgen of uit te delen.

In elk klaslokaal zijn vaste, duidelijk zichtbare inleverplekken voor het gemaakte werk. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de kinderen dat ze hun werk inleveren zodat de leerkracht het nakijkt en aftekent.

Uitgestelde aandacht

In alle groepen wordt gewerkt volgens het principe van uitgestelde aandacht. Dit betekent dat leerlingen de leerkracht of elkaar voor een bepaalde periode niet mogen storen. Er zijn drie goede redenen om te werken met uitgestelde aandacht:

  • Kinderen leren om eerst zelfstandig problemen op te lossen, in plaats van meteen om hulp te vragen.
  • Leerlingen leren een beroep te doen op elkaars kennis en oplossingsmethoden.
  • De leerkracht krijgt meer tijd om rustig met individuele kinderen of met kleine groepjes te werken.

Uitgestelde aandacht wordt aangekondigd met een blokje (zie pagina 14) De leerkracht heeft een groter blok. Om met het principe van uitgestelde aandacht te kunnen werken is het natuurlijk essentieel dat leerlingen vrij kunnen beschikken over de benodigde materialen en hulpmiddelen (zie Inrichting

 

Rol van de leerkracht

De leerkracht:

  • biedt individuele hulp aan leerlingen of groepjes, gebruikmakend van de instructietafel en waar nodig gebaseerd op het desbetreffende handelingsplan;
  • observeert werkhouding, initiatief, samenwerking etc.;
  • stoort niet bij zijn tussenkomst, spreekt op zachte aanspreek- of uitlegtoon;
  • biedt directe hulp/feedback bij vragen;
  • biedt hulp bij begeleide inoefening.

Instructie

In ons onderwijs wordt gewerkt met gelaagde instructie, bestaand uit basisinstructie, extra instructie en verlengde instructie. Alle leerlingen volgen de basisinstructie, met uitzondering van leerlingen die in een vakgebied een leerjaar vooruit of achter werken. Zij hebben een individuele leerlijn en krijgen op een ander moment individuele of groepsinstructie. De leerkracht kan besluiten dat kinderen op het basisniveau in sommige gevallen zonder instructie meteen aan het werk kunnen.

De instructietafel

Aan de instructietafel spreekt de leerkracht leerlingen die op een ander niveau dan het basisniveau werken. Zij krijgen aan de instructietafel extra of verlengde instructie op hun eigen niveau. Extra instructie is voor kinderen die de basisinstructie nog niet voldoende begrijpen of voor leerlingen die verder zijn en een extra ‘zetje’ nodig hebben. Verlengde instructie is voor kinderen die de stof niet of nauwelijks zelfstandig kunnen maken.

Evaluatie en reflectie

Het aanleren van de vaardigheden die het kind nodig heeft om goed en verantwoordelijk met de taak om te kunnen gaan heeft onze nadrukkelijke aandacht. De leerkracht bespreekt de voorwaarden om zelfstandig en in vrijheid aan het taakwerk te werken regelmatig met de kinderen. Daarbij wordt steeds uitgegaan van de vragen: ‘Voor welke problemen kwam je te staan?’ ‘Hoe heb je die opgelost?’ ‘Wat heb je ervan geleerd?’ Dit gebeurt op verschillende manieren: individueel, met de hele groep, aan het eind en/of tussentijds. Zowel het resultaat en de verzorging ervan, als de totstandkoming van het product worden bekeken. Hoe zijn het zelfstandig werken en het samenwerken gegaan? Was de taak goed gepland? Waren er problemen? Ben je met elkaar tot goede oplossingen gekomen? Regelmatig wordt er ook gereflecteerd met individuele leerlingen. Kinderen leren zo dat het niet alleen gaat om het eindproduct, maar ook om hoe het tot stand is gekomen en met wie dat resultaat is bereikt.

Portfolio

In het schooljaar 2009–2010 zijn we gestart met een portfolio voor iedere leerling. In het portfolio mogen de kinderen elke periode vijf werkstukken doen waar ze trots op zijn of waarvan ze vinden dat ze er wat van geleerd hebben. Het kind selecteert de werkstukken zelf en vult een reflectieformulier in over het werken aan het werkstuk. Tijdens de inloopavond in september ligt het portfolio ter inzage voor de ouders. Het portfolio wordt niet afzonderlijk beoordeeld op het rapport; wel kunnen er op het rapport opmerkingen over het portfolio geplaatst worden.

Terug naar Dalton.

CONTACT

Dr. Ariëns Daltonschool
Rutgerinkdijk 3
7161EW Neede
Tel: 0545 - 29 55 50
Verstuur mail

facebookTwitter YouTube